Advertorial
Drie fiscale eindejaarstips

1.   Houd rekening met de nieuwe tarieven in box 3
Met ingang van 1 januari 2017 verandert de heffing in box 3. Het vaste forfaitaire rendement van 4% wordt vervangen door drie schijven met jaarlijks veranderende rendementen, waardoor de effectieve belasting over dit vermogen (nu 1,2%) eveneens wijzigt. De nieuwe schijven zijn voordeliger voor de lagere vermogens en nadeliger voor de hogere vermogens. Het omslagpunt ligt rond een vermogen van € 245.000, daarna zult u effectief meer belasting betalen over uw vermogen. De inkomstenbelasting die u per saldo met ingang van 1 januari 2017 over uw vermogen betaalt, is als volgt:
Vermogensschijf   Vermogen (na aftrek heffingsvrij vermogen)         Heffing per saldo
1         Minder of gelijk aan € 75.000               0,86%
%
2         Meer dan € 75.000 of minder of gelijk aan € 975.000      1,38
%
3         Meer dan € 975.000                  1,62
%
Gelet op de hogere heffing ten aanzien van de grotere vermogens, kunt u overwegen om dergelijke vermogens in te brengen in een vennootschap, waarin niet een forfaitair rendement, maar het werkelijke rendement wordt belast.
2.   Voorkom belastingrente: verzoek om een voorlopige aanslag
Met betrekking tot uw aanslag vennootschapsbelasting 2015 rekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2016 een rente van circa 8%! Is de vastgestelde voorlopige aanslag te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nadere voorlopige aanslag aan.
Vraag ook om een lagere voorlopige aanslag als uw voorlopige aanslag te hoog is. In tegenstelling tot vroeger kunt u niet meer “sparen” bij de Belastingdienst. De Belastingdienst vergoedt namelijk over het algemeen geen rente meer over een teruggave.
Ook voor de inkomstenbelasting kan het aanvragen van een voorlopige aanslag voordelig zijn, met name als verwacht wordt dat een aanzienlijk bedrag verschuldigd zal zijn. Enerzijds ter voorkoming van heffingsrente over dit verschuldigde bedrag (circa 4%), anderzijds vermindert de reeds betaalde belasting het vermogen in box 3, waardoor over 2017 minder box 3-heffing verschuldigd zal zijn.
3.   Teruggaaf btw oninbare vordering vanaf 2017 eenvoudiger
U kunt btw die u al heeft afgedragen maar niet (meer) van uw debiteur kunt innen, terugvragen bij de Belastingdienst. Dit terugvragen wordt vanaf volgend jaar een stuk eenvoudiger. Zo kunt u de btw in ieder geval terugvragen één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden, als de factuur op dat moment nog niet is betaald. Bovendien is een apart schriftelijk verzoek om teruggaaf niet meer nodig. U kunt het oninbare btw-bedrag gewoon in uw reguliere btw-aangifte opnemen.
Voor facturen die vóór 1-1-2017 opeisbaar waren begint de termijn overigens pas op 1-1-2017 te lopen. Ten aanzien van deze facturen geldt dus dat de termijn van één jaar pas op 1-1-2018 zal zijn verstreken.
Let wel, een aantal van deze maatregelen moeten nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Dat betekent, dat er nog wijzigingen kunnen worden aangebracht of dat bepaalde voorstellen toch geen doorgang vinden.
Alkmaar, 22 november 2016.
Mr. Timo J. Laan is verbonden aan RSM Netherlands Belastingadviseurs N.V. in Alkmaar. Heeft u vragen of opmerkingen? E-mail: tlaan@rsmnl.nl
Artikel geplaatst op: 02 december 2016 - 10:50

Gerelateerd

Delen