Brunings en Conrad: één Rijkswaterstaatfamilie

Frederik Willem Conrad. (Foto: archief)
Nederland kent een rijke historie en grote expertise op het gebied van watermanagement. Christiaan Brunings was de grondlegger van Rijkswaterstaat. Toen hij in 1805 overleed werd hij opgevolgd door zijn vriend en toeverlaat Frederik Willem Conrad. Dankzij koning Lodewijk Napoleon mochten ook de zonen van Conrad toetreden tot de Rijkswaterstaatfamilie.
Christiaan Brunings moest zijn studie aan de universiteit in Heidelberg afbreken wegens een tekort aan financiële middelen. Al gauw kon hij aan de slag bij zijn zwager in een azijnmakerij. Hier ontmoette hij Jan Noppen, opzichter bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. Na het overlijden van Noppen (1765) volgde Brunings hem op zijn functie op. Dertig jaar later presenteerde Brunings een plan op: ‘Plan tot beheering van de Waterstaat in de Bataafse Republiek’ (24 mei 1798) en werd hij het hoofd van het Bureau voor Waterstaat. Dit wordt beschouwd als de geboorte van Rijkswaterstaat.
Waterbazen
Brunings zette zich in voor de verdeling van water en speelde een belangrijke rol in de onderhandelingen tussen de Koning van Pruisen en de gewesten Holland en Gelderland over de verdeling van het water uit de Rijn over de Waal, Nederrijn en IJssel. In 1771, na ruim 22 jaar onderhandelen, werd een verdrag gesloten over deze Rijnwaterverdeling. In Halfweg, bij zijn huis ‘Zwanenburg’ verrichtte hij meteorologische waarnemingen. Later ging Brunings wonen in het gemeenlandshuis te Spaarndam.
De Conrad-familie

Op 15 mei 1805 overleed Brunings plotseling en werd Frederik Willem Conrad tot zijn opvolger benoemd. Conrad verkreeg toen, in een reorganisatie, de nieuw geschapen rang van inspecteur-generaal en stond op 37-jarige leeftijd aan het hoofd van Rijkswaterstaat. Conrad overleed echter een jaar na zijn benoeming en werd begraven in het graf van Brunings, in de St. Bavokerk in Haarlem. Na het overlijden van Frederik Willem Conrad besloot koning Lodewijk Napoleon, dat de drie zoons van Conrad op staatskosten voor dienst bij de waterstaat werden opgeleid. De gebroeders Conrad bekleedden later in de negentiende eeuw de hoogste posities binnen de waterstaatsdienst.
Doorgeven van kennis

Ondanks dat we geen bloedverwanten van Brunings en Conrad meer zijn, wordt kennis nog steeds doorgeven. Zo geven ervaringen uit het verleden, de kennis heden en de kunst van het voorspellen, nieuwe inzichten om te blijven werken aan een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland. Het werk van Rijkswaterstaat blijft nodig, zo blijkt uit de overstromingen van de grote rivieren in 1993 en 1995, maar ook uit de droogteperiode waar we op dit moment mee te maken hebben. Bescherming tegen hoogwater blijft in de 21e eeuw hoog op de agenda staan; ook zonder Brunings en de familie Conrad.
Artikel geplaatst op: 18 september 2018 - 10:58

Gerelateerd

Delen